Deze observatie van ons aller Annie M.G. Schmidt zal niet zonder betekenis blijken.
Terug naar de inzendingen voor de Berlage-prijsvraag. Zoals gezegd waren er 20 inzendingen: resultaat van noeste arbeid, tomeloze inzet, enthousiasme en bovenal bezieling. Waarvoor de jury zijn waardering wil uitspreken.

Algemene beoordeling

Het niveau van de inzendingen heeft de jury in tweeërlei opzicht verrast. De ondergrens lag hoog. Met andere woorden, er zat geen pulp bij. En die hoge grens is absoluut verheugend. Anderzijds viel de bovengrens misschien wat tegen. Er zat niet een duidelijke uitschieter bij, en dat maakte dat de jury lang werk had, lang getwijfeld heeft welk plan uiteindelijk de lauweren in ontvangst mag nemen.

Over het algemeen kun je zeggen dat er een aantal heldere plannen is ontworpen met opvattingen die prikkelen, die het waard zijn om verder uit te werken.
Enkele voorbeelden daarvan zijn de gedachte om:

a. In afbraakbuurten braak gelegen terreinen tijdelijk als hortus conclusus in te richten. Het Bezemplein had de binnenstad meer dan twintig jaar lang een pracht van een tijdelijke tuin kunnen bieden. Deze tijdelijke besloten tuinen liggen dan telkens op andere plekken, trekken als reizende bloemenkraam door de stad.
b. In het ‘nieuwe Den Haag’ de daken van woongebouwen en kantoorcomplexen veel meer te gebruiken om letterlijk verheven tuinen te ontwikkelen, met kansen voor de ontwikkeling van een vernuftig watersysteem.
c. Paleistuinen open te breken en om te vormen tot theetuinen voor het volk.
d. Besloten tuinen te ontwikkelen die de bewoners van stadswoningen en de gebruikers van aangrenzende kantoorpanden met elkaar in contact brengt en daardoor een nieuw soort van sociale cohesie aan de kantorenstad Den Haag kan toevoegen.
e. Bestaande geheime plekken groen in reeksen met elkaar te verbinden
of ketens van nieuwe ‘besloten tuinen’ aan het stedelijk netwerk toe te voegen.

Probleem is dat de gedachte achter veel van de plannen maar heel beperkt is uitgewerkt, waardoor het idee ‘sympathiek bleef’, maar toch niet kon overtuigen. Anderen daarentegen konden juist in hun uitwerking niet overtuigen, deden met hun uitwerking afbreuk aan hun idee. Een heldere analyse werd gevolgd door een uitwerking die daarmee in flagrante tegenspraak was. Met andere woorden, ‘Men tekende niet wat men zei’, iets waar ontwerpers en architecten in het bijzonder wel vaker last van hebben.

 

Over het algemeen zijn de ingediende ontwerpen dwingend, met een
voorgeprogrammeerd gebruik. Er is weinig ruimte voor een eigen invulling van de gebruikers. Er is een sterke ontwerpwil van de ontwerpers; de terreur van de landschapsarchitect. Met andere woorden ‘Veel parkmeesters, weinig Plukken’.

Er zijn 4 criteria waarmee de uitschrijver van de prijsvraag de jury het bos in heeft gestuurd: ecologisch, belevingswaarde, milieutechnisch en sociaal-cultureel. Probleem is dat deze criteria tamelijk algemeen zijn en niet voor alle plekken in de stad even relevant. Bij de Paleistuinen of een begraafplaats als Ter Navolging speelt bijvoorbeeld de sociaal-culturele component veel sterker dan de milieutechnische criteria. Kortom, verschillende plekken behoeven
verschillende combinaties van criteria.

Er waren inzenders die de gestelde criteria wel erg letterlijk als
boodschappenlijst hebben gehanteerd. Daarbij gingen zij er aan voorbij dat het beantwoorden van de deelvragen nog niet automatisch tot het beantwoorden van de hoofdvraag leidt. Bij een goed ontwerp overstijgt het beeld het programma, doordat een ontwerp verborgen samenhangen zichtbaar kan maken. Daarbij betekent ontwerpen ook keuzes durven te maken. Keuzes maken
betekent dat men ook het programma ter discussie moet durven stellen. De buitenruimte is geen duizend-dingendoekje dat onbeperkt programmatische wensen van opdrachtgevers kan absorberen.

Opvallend is dat van de 20 inzendingen er 5 betrekking hadden op het zelfde gebied: het terrein tussen de Javastraat en de Mauritskade, parallel aan de Frederikstraat. Daarnaast hadden drie inzendingen betrekking op een begraafplaats, waarvan twee op de begraafplaats Ter Navolging. Minstens zo opvallend is dat bepaalde plekken aan een inzending zijn ontsnapt. Een voorbeeld hiervan is de Haagse Torteltuin bij uitstek: Zorghvliet. De jury vond het jammer dat vrijwel alle inzendingen betrekking hadden op openbaar groenbezit. Er was geen enkele inzending voor een beslotenparticuliere tuin terwijl Den Haag rijk gezegend is met grote omsloten tuinen in private handen. Mogelijk beminnen de eigenaren van deze tuinen hun bezit liever in het geheim.

Tot slot is er een spanningsveld te constateren tussen terughoudendheid rond de omsloten tuin en is de wens te ontwerpen buitengewoon manifest. De verborgen tuinen van Den Haag zijn vaak ingetogen milieus. Ingetogenheid is een kwetsbare kwaliteit. Niet zelden wordt de ingetogenheid verbaal bezongen,
de term ‘sacrale sfeer’ is in dit verband een vaak geciteerd begrip. Maar even zo vaak wordt deze lofzang gevolgd door een wel zo nadrukkelijke wil tot vormgeven en bestemmen, dat daarmee de sacrale sfeer gelijk weer om zeep wordt geholpen. Kennelijk hadden de inzenders grote moeite met terughoudendheid.