De
Torteltuin
“Wat
is de Torteltuin ?” vroeg Zaza.
“Dat weet je toch wel,” zei Pluk.
“Achter in het park is een heel stuk bos. Echt wild
woest bos. Het is vroeger een tuin geweest, een hele grote
tuin met hoge bomen. Maar die tuin is verwilderd; de struiken
groeien er maar raak en de vijver is een kikkerpoel geworden.
Grote mensen komen er nooit, maar de kinderen uit de Petteflet
spelen er dikwijls rovertje. Ik heb er altijd heerlijk gespeeld”.
“De
Torteltuin wordt opgeruimd” zei mevrouw Helderder opgewekt.
“Opgeruimd” ?
“Ja, alle bomen worden omgehakt. En alle struiken en
alle onkruid en alle planten worden weggehaald. En er komen
tegels te liggen. Het wordt een Tegelpleintje. Met een keurig
bloemperk in het midden.”
Pluk schrok. De Torteltuin zou verdwijnen... Met al die prachtige
bomen.
“De Parkmeester zorgt ervoor dat die hele vieze troep
wordt opgeruimd. Dat hele rommelige bos verdwijnt. Ga maar
eens kijken.” Treurig
liep Pluk het park in. Achter de grote eikenboom begon een
kronkelig paadje, dat bijna helemaal was dichtgegroeid met
hoog gras en onkruid en takken. Als je dat pad volgde kwam
je in de Torteltuin
|
|
| “Daar
groeiden varens en mos. Er waren krekels en bijen; er zongen
vogeltjes boven hem in de takken. Het was hier zo rustig.Weet
je wat”, dacht Pluk, “ik zal naar de Parkmeester
gaan. En ik zal hem vragen of hij de Torteltuin met rust wil
laten”.
En zo kwam het dat Pluk tien minuten later binnenstapte in
het kantoortje van de Parkmeester. De Parkmeester was bezig
met inkt een groot ‘plan’ te tekenen. Het was
het ‘plan’ van de Torteltuin. Hij tekende precies
hoe het er uit zou komen te zien. .“
Kijk....,” zei hij, “het wordt schitterend. Hier
is een vieze waterplas, die wordt volgegoten met beton. En
daaromheen komen allemaal tegels. Al die bomen worden omgehakt
en het wordt een heel groot tegelplein. Hier...,” en
hij wees met zijn duim, “hier komt een parkeerterreintje,
ook van tegels. En hier komt een grindpad. En daar komen twee
stenen banken om op te zitten. En hier -zie je dat kringetje
? Hier komt een bloemperkje met een ijzeren hekje er om heen.”
“Wat afschuwelijk !” riep Pluk. “Dat die
mooie bomen verdwijnen. En al dat groen. Het is zo heerlijk
en zo rustig.”
“O, maar het blijft er rustig,” zei de Parkmeester.
“Er komen grote borden te hangen met STILTE ALSTUBLIEFT
. En iedereen kan op de stenen banken gaan zitten slapen,
als ie wil. En één keer per jaar, op tweede
paasdag, mogen alle kinderen rolschaatsen op de tegels. Is
dat niet geweldig ? Nou, wat zeg je ervan ?”
 |
|
|